Kenbare fout redt Belastingdienst bij navordering zonder nieuw feit
Een vastgoedvennootschap verkoopt in 2016 een onroerende zaak voor € 1 miljoen. De inspecteur stelt dat de werkelijke waarde € 1,75 miljoen bedraagt. Hij legt een navorderingsaanslag op met een winstcorrectie. De inspecteur baseert zich op een taxatierapport en betalingen aan een gelieerde vennootschap. De vennootschap bestrijdt de navorderingsbevoegdheid en de hoogte van de correctie
Feiten
De vennootschap exploiteert vastgoed en heeft in 2016 drie aandeelhouders. Er waren interne conflicten tussen de aandeelhouders, met name over de ontwikkeling van een vastgoedproject. Het project betrof een perceel grond met opstallen die sinds 2008 leegstonden. In 2015 werd het bestemmingsplan gewijzigd, waardoor het perceel geschikt werd voor woningbouw. In 2016 verkoopt de vennootschap het pand voor € 1 miljoen. De bestuurder sluit daarnaast een ontwikkelingsovereenkomst met de koper. Hierbij krijgt hij recht op meerdere vergoedingen.
De vennootschap dient de aangifte vennootschapsbelasting 2016 pas in september 2018 digitaal in. In maart 2018 werd wel al een kopie op papier naar de controlerend ambtenaar gestuurd. De inspecteur voerde een boekenonderzoek uit. Hieruit blijkt dat er een taxatierapport bestaat met een waardebepaling van € 1,75 miljoen. Ook blijkt dat een aan de bestuurder gelieerde vennootschap in 2017-2018 € 700.000 aan 'bemiddelingsprovisie' heeft ontvangen. De inspecteur concludeert dat een deel van de koopsom is 'omgeleid'. Hij legt een navorderingsaanslag op met een winstcorrectie en een vergrijpboete.
Nieuw feit
Het hof oordeelt dat geen sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Het boekenonderzoek loopt nog tijdens het opleggen van de ambtshalve aanslag. De verkoop was al onderwerp van onderzoek. Het niet blokkeren van de aanslagregeling is volgens het hof een ambtelijk verzuim.
Kwade trouw
Ook is er volgens het hof geen sprake van kwade trouw bij de belastingplichtige. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de vennootschap het taxatierapport kende. Het is onwaarschijnlijk dat andere, niet-gelieerde bestuurders zouden instemmen met een te lage verkoopprijs.
Kenbare fout
Wel is sprake van een voor de belastingplichtige kenbare fout. De vennootschap wist van het lopende boekenonderzoek. Het moest voor haar duidelijk zijn dat de ambtshalve aanslag niet overeenstemde met wat de inspecteur zou vaststellen na het onderzoek.
Oordeel hof
Ten aanzien van de winstcorrectie oordeelt het hof dat ontwikkeling binnen de vennootschap niet meer mogelijk is door onenigheid tussen de aandeelhouders. De vennootschap neemt daarom genoegen met € 1 miljoen. Een andere partij had kort daarvoor € 950.000 geboden. Het hof acht € 1 miljoen daarom de werkelijke waarde. Het hof vermindert de navorderingsaanslag. De vergrijpboete wordt vernietigd, omdat de grondslag is vervallen.
Conclusie
Deze uitspraak toont dat een navorderingsaanslag niet altijd een nieuw feit of kwade trouw vereist. Ook een 'kenbare fout' kan voldoende zijn. Dit is een fout die voor de belastingplichtige redelijkerwijs herkenbaar is. De zaak laat ook zien dat de Belastingdienst de waarde van onroerend goed niet zomaar mag corrigeren als er zakelijke redenen zijn voor de overeengekomen prijs. De omstandigheden bij verkoop en de verhoudingen tussen aandeelhouders zijn hier doorslaggevend voor de waardebepaling.
Tax updates
-
Aftrek geweigerd omdat huurovereenkomst niet aan eisen voldoet
Een ondernemer huurt sinds 2016 een aantal bedrijfsruimtes in een pand. De verhuurder brengt btw in rekening op basis van een afspraak over belaste verhuur. Kort daarna begint de ondernemer delen van het pand door te verhuren aan derden. Bij deze
-
Turboliquidatie biedt geen bescherming tegen navordering ab-heffing
Een vrouw houdt 20% van de certificaten in een holding. De werkmaatschappij wordt geturboliquideerd en de onderneming gaat over naar haar vader als eenmanszaak. Niemand geeft inkomen uit aanmerkelijkbelang aan. Jaren later legt de inspecteur
-
Vestiging tweede hypotheek is aanleiding voor aansprakelijkheid voor belastingschuld
Een holding en haar dga worden aansprakelijk gesteld voor een btw-schuld van een dochter-bv van de holding. De btw-schuld bedraagt ruim een miljoen euro. Zij bestrijden de aansprakelijkstelling met als standpunt dat de schuld zou zijn verjaard. Hoe