Gedeeltelijke verlenging zachte landing handhaving schijnzelfstandigheid
Bij de behandeling van het Belastingplan zijn verschillende moties aangenomen, gericht op de verlenging van de zachte landing voor de handhaving op arbeidsrelaties. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet besloten de zachte landing voor het handhavingsbeleid rond schijnzelfstandigheid gedeeltelijk te verlengen in 2026, maar niet volledig. Een volledige verlenging van de zachte landing zou volgens het kabinet ongewenste effecten hebben, zoals het ontmoedigen van organisaties die zich al hebben aangepast aan de regels en het vertragen van de vooruitgang op dit dossier.
Dit betekent dat in 2026 de volgende zaken wijzigen ten opzichte van 2025:
- Er kunnen weer vergrijpboetes worden opgelegd.
- Bij een boekenonderzoek kan de Belastingdienst kiezen voor een onderzoek over een kalenderjaar of een recent aangiftetijdvak.
De Belastingdienst blijft in 2026 de mogelijkheid van naheffingen voor de periode tot 1 januari 2025 behouden. De Belastingdienst blijft, ook in 2026, starten met een bedrijfsbezoek. De inzet daarbij is “het goede gesprek” en de mogelijkheid voor organisaties om hun bedrijfsvoering te verbeteren. Er zullen in 2026 nog geen verzuimboetes worden opgelegd. Dit betekent dat, anders dan in 2025, vanaf 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd. Het kabinet vindt dit belangrijk, omdat deze boetes worden opgelegd in het geval van opzet of grove schuld bij (evidente) schijnzelfstandigheid. Dit geldt voor zowel werkgevenden als werkenden.
Tax updates
-
Ook na verliesverrekening kan de verdeling niet worden aangepast
Een man en een vrouw zijn fiscale partners van elkaar. De inspecteur legt in 2016 aanslagen inkomstenbelasting op voor het jaar 2015. In 2018 lijdt de vrouw een ondernemingsverlies. Dit verlies wordt in 2020 achterwaarts verrekend met haar inkomen
-
Personal training dga en de arbovrijstelling
Een bv krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen met belastingrente en een verzuimboete opgelegd. De inspecteur corrigeert de kosten voor personal training en sportschoolabonnementen van de dga en zijn echtgenote. De dga vindt dat deze kosten onder
-
Blind investeren in handelsbot kost ondernemer aftrek
Een ondernemer investeert ruim € 60.000 in een handelsbot die maandelijks 10 tot 20% rendement zou opleveren. De bot blijkt niet te bestaan en de aanbieder wordt veroordeeld voor oplichting. De ondernemer wil zijn verlies aftrekken als